NS serie 2200/2300

Geschiedenis

Toen na afloop van de Tweede Wereldoorlog het stoomlocpark van de Nederlandsche Spoorwegen sterk was uitgedund en verouderd, was vervanging noodzakelijk. Naast een bestelling van 130 standaardlocomotieven bij het Franse Alsthom (serie 2400), werden 100 locomotieven volgens Amerikaans ontwerp besteld bij Heemaf, later gevolgd door nog 50 stuks.Heemaf construeerde zelf het elektrische gedeelte volgens een ontwerp van Westinghouse Electric en besteedde de bouw van het frame, de draaistellen en de opbouw uit aan Allan&Co, volgens een ontwerp van Baldwin. De dieselmotor werd volgens een ontwerp van National Supply Company gebouwd door Stork. De locomotieven, genummerd 2201-2300, werden tussen 1955 en 1958 afgeleverd.

Bij de aflevering van de 2201 besloot NS, nog eens 50 locomotieven te bestellen. Omdat Allan en Stork met de eerste serie reeds volbelast waren, kreeg het Franse samenwerkingsverband MTE (Creusot-Loire/Jeumont-Schneider) de vervolgorder. Heemaf leverde hiervoor wel de elektrische machines en Stork werd ingeschakeld voor de 10 laatste dieselmotoren. De 2301-2350 werden tussen 1956 en 1958 afgeleverd.

De 2201-2300 kwamen bij aflevering in depot op de Amsterdamse Watergraafsmeer en de 2301-2350 kwamen in depot Maastricht terecht. In de zomer van 1957 verhuisden de 2201-2229 naar Eindhoven om bij de sluiting in 1967 naar Holland terug te keren. Een jaar later kwamen ook de 2330-2350 naar Amsterdam, gevolgd door de rest in 1971. In 1984 werd de lijnwerkplaats Watergraafsmeer gesloten en de serie opnieuw verdeeld over Zwolle en Feijenoord. In 1994 tenslotte, toen Zwolle door terzijdestellingen nog slechts 23 machines over had, verhuisden alle resterende karren naar Feijenoord. Van 1998 tot en met 2003 werden de Feijenoordse machines alleen nog ingezet in Zeeuws-Vlaanderen.

In 1995 werden 25 2200’en verkocht aan de NMBS voor het rijden van werktreinen op de aan te leggen hogesnelheidslijnen. Toen de robuuste locomotieven na deze inzet nog dienstvaardig bleken, volgde tot 2003 een inzet in de Antwerpse havens.

Strukton kocht in 1994/1995 achtereenvolgens de 2282, 2270 en 2328 welke al gauw zodanig zijn verbouwd dat slechts onderstel en cabine aan een 2200 doen denken. In 2011 is de 2270 ‘Bertha’ buitendienst gesteld en aangewezen als onderdelenleverancier voor de overige 2 loks.

NS Beveiliging Services (nu: Stator) kocht de 2246 als opleidingsobject.Lovers Rail huurde in de zomers van 1996-1998 twee locomotieven voor het rijden van de Kennemerstrandexpres (Amsterdam-IJmuiden).

Technisch

De locomotieven serie 2200 worden aangedreven door een 8-cilinder lijndieselmotor type Superior 40C-LX-8, die via een elektrische transmissie van Heemaf Hengelo zijn vermogen overbrengt op de vier wielassen.Volgens beproefd Amerikaans recept heeft de rijcontroller acht rijstanden, die door de Woodward-regulateur onafhankelijk van het gevraagde vermogen worden vertaald in 8 draaisnelheden van de dieselmotor. De servoveldregelaar past het veld van de hoofdgenerator zo aan dat het gevraagde vermogen het geleverde vermogen van de dieselmotor niet overstijgt. Ter verhoging van de trekkracht kent de loc automatisch geschakelde veldverzwakking en omschakeling van de tractiemotoren van serie naar parallel.De loc’n kunnen tot vier stuks in treinschakeling gebruikt worden, gemengd met de (nooit gebouwde) serie 2800. Hierbij bedient 1 machinist de gekoppelde machines vanuit de voorste cabine. Enkele locomotieven uit de serie zijn geschikt gemaakt voor radiografische besturing. Deze hebben nummers boven 2350 gekregen.

Ontwerp

  • mechanisch Baldwin Lima Hamilton Corporation, Eddystone
  • elektrisch Westinghouse Electric Company, New York
  • dieselmotor National Supply Company, Toledo

Bouw

  • hoofdaannemer Heemaf, Hengelo
  • mechanisch deel Allan, Rotterdam
  • elektrisch deel Heemaf, Hengelo
  • dieselmotor Stork, Hengelo

Technische gegevens

  • asindeling Bo’Bo’
  • lengte over buffers 14.010 mm
  • spilafstand draaistellen 6.710 mm
  • radstand draaistel 2.540 mm
  • wieldiameter 950 mm
  • massa (2/3 voorraden) 72 t
  • vermogen 662 kW
  • max. trekkracht 185 kN
  • max. snelheid 106 km/h
  • min. boogstraal 90 m
  • hoofdgenerator Heemaf GMT110 (550 kW)
  • tractiemotoren Heemaf TM98 (184 kW; 4 stuks)
  • hulpgenerator Heemaf GMT32 (12 kW)
  • compressor Westinghouse 4C150A (2-traps met tussenkoeling; 3250 l/min)

Dieselmotor 2201-2300

  • type Superior 40C-LX-8
  • soort 8 cilinder 4-takt lijndieselmotor met drukvulling
  • draaisnelheid 520, 575, 670, 810, 800, 850, 1055, 1100 min-1
  • boring 216 mm
  • slag 287 mm
  • drukvulgroep BBC Büchi
  • regulateur Woodward PGEV

2 Responses to NS serie 2200/2300

  1. maurits peerbolte says:

    Benieuwd wat er van de 2229 is geworden. Had ik in mijn jeugd als model van RoCo. In de 80er jaren nog eens tegengekomen op emplacement Maastricht.

  2. H.H.Baas says:

    Ik ben in 1957 bij NS ASD CS als loopjongen gaan werken. De 2200 hadden toen nog geen uitlaatdemper en het was heel imposant als die met een postrijtuig voor Den Helder de oprit van de Hembrug opreden. In 1970 ben ik als monteur in de lijn wpl WGM gaan werken en daar is mij verteld dat de 2200 het eerst met een 6 cilinders dieselmotor kwam maar dat het meteen naar een 8 cilinders is gegaan. Speciaal voor het heuvelen konden deze machines perfect op 4 km/h geregeld worden, de motor draaide daarbij vol toerental wat buurtbewoners uit de slaap hield. Ook de proefstand op het empl WGM was een grote bron van geluidshinder. De radiateur bestond uit met rubber aan elkaar gekoppelde elementen die bij een botsing uit het radiateurframe vlogen. De 220 waren bij het draaistel aan de buitenzijde nogal laag zodat die, bij inzet in het havengebied, nogal eens op obstakels vastliepen. Han Baas, Segorbe, España.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *